Ga in je eigen huis op zoek naar minstens 20 (tastbare/fotografeerbare) objecten die een verzameling vormen. Wat de samenhang is bepaal jij: -een emotionele connectie -een formele connectie (dingen die op elkaar lijken, zelfde kleur, grootte, etc). -dezelfde functie (bijvoorbeeld verzorgingsproducten, kruidenpotjes) -de locatie (bijvoorbeeld alles uit je koelkast, kledingkast, een bepaalde kamer) -een periode (toen je gelukkig/ongelukkig voelde). Fotografeer deze objecten individueel (dus 1 foto per object) en print uit (of neem mee).